Spelregels

Het spel minipolo

Waterpolo is een technische, behendigheid vragende en zeer gezonde sport, waarbij nauwelijks blessures ontstaan. Het waterpolospel vraagt van de deelnemers niet alleen een goede zwemvaardigheid, maar ook een grote balvaardigheid en bovendien het nodige spelinzicht.
Minipolo is een spelvorm van waterpolo, waarin enorm belangrijk is dat plezier van de kinderen centraal staat. De spelregels voor minipolo dienen daarom vooral om het spel zo plezierig en sportief mogelijk te laten verlopen.

Het is de bedoeling dat de teams al samenspelend proberen doelpunten te maken in het doel van de tegenstander. Aan het begin van de wedstrijd werpt de scheidsrechter de bal op de middenlijn vlak uit de kant in het water; de teams proberen dan vanaf hun eigen doellijn zo snel mogelijk bij de bal te zijn om die in bezit te krijgen.

Is een doelpunt gescoord, dan moeten alle spelers terug naar hun eigen helft (aan de kant van hun eigen keeper) en mag de partij die een tegendoelpunt heeft gehad de bal midden uit nemen. De bal wordt daarbij achteruit naar een speler op de eigen helft gegooid en het spel gaat weer beginnen. De ploeg die in een wedstrijd de meeste doelpunten maakt is natuurlijk de winnaar van de wedstrijd. Zo’n wedstrijd duurt voor de minipolo groep onder 11 vier perioden van 3 minuten. Dat betekent dat alleen de tijd wordt meegeteld dat er ook echt gespeeld wordt, en niet de tijd dat de bal bijvoorbeeld buiten het speelveld is geraakt. In praktijk wordt echter vaak bij oefenwedstrijdjes in bruto tijd gespeeld. Een wedstrijdje komt dan op ongeveer een half uurtje. Daar zitten rust momenten in. Bij toernooitjes heeft men ook vaak bruto speeltijd. Daar zijn de wedstrijdjes korter, maar speel je meerdere wedstrijdjes.

Deze spelregels van minipolo zijn gebaseerd op de spelregels van waterpolo. Maar de spelregels van minipolo zijn een stuk eenvoudiger:
  • Het spel begint met de spelers aan de achterlijn, waarbij men op fluitsignaal van de scheidsrechter om de bal zwemt.
  • De bal mag niet onder water.
  • De bal mag niet met twee handen aangeraakt worden met uitzondering van de keeper. (Vaak wordt deze regel soepel toegepast als kinderen jong zijn.)
  • Je mag de tegenstander niet aanraken tenzij hij/zij de bal vast heeft.
  • Na het verkrijgen van een vrije bal, eerst de bal overspelen.
  • Terug naar eigen helft na een doelpunt

De teams bij minipolo

Minipolo wordt gespeeld door twee teams, die bestaan uit drie of vier veldspelers en één keeper (4 tegen 4 of 5 tegen 5). Er liggen Ieder team heeft ook wisselspelers die per wedstrijd onbeperkt kunnen wisselen. Ben je moe, kan je even uitrusten en kan je later weer meedoen door te wisselen met een ander. De twee teams zijn van elkaar te onderscheiden door de caps: één team speelt met witte caps (de keeper heeft een rode), het andere team heeft caps van een andere kleur (meestal donkerblauw of zwart).

De minipolo groep bestaat uit kinderen van 11 jaar en jonger. Met deze kinderen gaan we naar toernooitjes en spelen we oefenwedstrijdjes om al een beetje aan de competitie te wennen. Door deze wedstrijdjes en toernooitjes doen de kinderen een hoop spelervaring op. Kinderen jonger dan 11 jaar kunnen ook bij een goede zwemvaardigheid en balvaardigheid de overstap maken van minipolo naar competitie spelen. Zij komen dan in de E-jeugd terecht.

Jongens en meisjes spelen op jonge leeftijd vaak samen in één team, maar op latere leeftijd komt de scheiding tussen jongens en meisjes. De KNZB is er voorstander van, dat voor jongens en meisjes eigen teams voor de competitie worden opgegeven. De teams worden begeleid door een coach.

Het speelveld

Het speelveld bij minipolo is 20 meter lang en minstens 10 meter breed. Breder mag ook, maar weer niet breder dan 15 meter. Het speelveld moet uitgelegd zijn in het diepe gedeelte van het zwembad, zodat de spelers niet kunnen staan of afzetten van de bodem. Het kan zijn dat de buitenkant van het speelveld wordt begrensd door de wand van het bad, maar het kan ook zijn dat die wordt aangegeven door lijnen.

Het doel waarin de keeper moet proberen de ballen tegen te houden is 90 centimeter hoog en 2 meter breed. De bal waarmee wordt gespeeld bij 10-11 jarigen een bal nummer 4. De bal voor jongere kinderen is een nummer 3, de minipolobal.

De spelleiding

Het spel wordt geleid door een scheidsrechter; dat is iemand die de regels van minipolo goed kent, maar bovendien wel eens een aanwijzing kan geven aan de spelers of aan de coach als dat nodig is. Als een spelregel door een speler niet goed wordt begrepen, kan de scheidsrechter uitleg geven. Dat doet hij alleen, als de spelsituatie daar de mogelijkheid toe biedt. De scheidsrechter moet ervoor zorgen, dat een wedstrijd goed en ook eerlijk verloopt.